Verdiepingen en aliassen

By Protocol

In de ruimtelijke structuur worden de verdiepingen met namen en hoogtes gedefinieerd. Projectpartners kunnen met elkaar afspreken dat dezelfde verdiepingsnamen in alle aspectmodellen gebruikt worden. Dit is de eenvoudigste en meest eenduidige oplossing. Het kan echter voorkomen dat er toch afwijkende namen ontstaan. Om er voor te zorgen dat in BIMlink alle informatie over verdiepingen toch bij elkaar komt te staan is het mogelijk om in het Protocol aliassen aan verdiepingen (1) toe te voegen. Op die manier wordt alle bij elkaar horende informatie dan alsnog bij elkaar gezet.

1

Aspectmodellen

By Protocol

Voordat je (aspect)modellen naar BIMlink kan gaan uploaden moet je die eerst aanmaken in een projectfase. In de module Protocol ga je naar Aspectmodellen en klik dan op Toevoegen (1).

1

Er zijn een aantal zaken die je in het formulier moet invullen naast een naam en eventueel een omschrijving. Zo moet je vertellen bij welke discipline (1) het aspectmodel hoort, wie er verantwoordelijk (2) voor is en welke verdiepingen (3) voorkomen in het aspectmodel. Deze verdiepingen zijn de verdiepingen die reeds aan de projectfase zijn toegevoegd. Als een verdieping in het aspectmodel voorkomt maar nog niet in BIMlink, dan moet die eerst aan BIMlink worden toegevoegd.

1
2
3

Viewtemplates

By Protocol

Een Viewtemplate is een verzameling instellingen om een weergave van een plattegrond of 3D-model op te maken. Je kan hier een Stijlschema kiezen en een selectie maken welke categorieën zichtbaar moeten zijn. Je kan bijvoorbeeld een template maken waarop alleen ruimten en deuren zichtbaar zijn. De ruimten zijn daarbij ingekleurd op basis van een beveiligingsniveau en deuren op basis van de beveiligingsklasse. Daarmee kan snel bekeken worden of een deur voldoet aan de eisen die de overgang van de ene naar de andere ruimte stelt.

Stijlschema’s

By Protocol

Met stijlschema’s kunnen plattegronden en 3D-weergaven van een model eenvoudig worden opgemaakt. Hierdoor kan men snel bepaalde eigenschappen van objecten visueel inzichtelijk maken. In de module Protocol kan men Stijlschema’s aanmaken die door ook door andere gebruikers gebruikt kunnen worden. Een Stijlschema werkt met parameters van objecten en hun waardes.

Bij het aanmaken van een nieuw Stijlschema kan je er voor kiezen een Stijlschema aan te maken voor Ruimtes, Oppervlaktes of andersoortige Objecten. Deze keuze is later niet meer aan te passen, dus let goed op waar je voor kiest.

Als een Stijlschema is aangemaakt kan men vervolgens Stijlregels aan het schema gaan toevoegen. Hier heb je deze keuzen om óf een regel toe voegen op basis van een parameter van het object (1) óf dat je een regel die kijkt naar de bedrijven (2) die aan het object gekoppeld zijn.

1
2

Als je bijvoorbeeld kiest voor een Parameter-stijlregel krijg je een formulier waar op je één parameter kan kiezen (1) van alle beschikbare parameters uit het model. Als parameters dezelfde naam hebben kan je dus een regel maken die naar meerdere objecttypen tegelijk kijkt en die allemaal opmaakt op basis van de regel.

Je kan de unieke parameter-waardes direct ophalen (2) uit het model, zodat je die niet handmatig in hoeft te vullen. Je kan natuurlijk ook handmatig toevoegen (3). Vervolgens kan je bij elke regel aangeven hoe objecten die aan die regel voldoen moeten worden weergegeven in de weergaven. Je kan de volgende onderdelen instellen: vulkleur, vultransparantie, lijnkleur, lijntransparantie en lijnpatroon.

1
2
3

Na het opslaan van de Stijlregels kunnen meer stijlregels worden toegevoegd, ook als die op basis zijn van andere parameters en bedrijfsregels. Je kan dus regels combineren, bijvoorbeeld handig als niet alle parameters altijd hetzelfde heten. Je kan bijvoorbeeld de parameters Brandwerendheid en Firerating combineren in één Stijlschema.

Tip: Je kan de transparantie gebruiken om objecten te verbergen als ze een bepaalde waarde hebben. Stel dat alle onderdelen een AssemblyCode moeten hebben, dan zou je de objecten met een waarde 90% transparant kunnen maken en onderdelen met een lege waarde de kleur rood kunnen geven. Ze heb je in het model direct een overzicht bij welke objecten nog een AssemblyCode moet worden ingevuld.